In het kort
Bloedarmoede betekent dat er te weinig rode bloedcellen aanwezig zijn om voldoende zuurstof door het lichaam te vervoeren. Bleke slijmvliezen, sloomheid, minder eten en sneller ademen kunnen aanwijzingen zijn. Bloedarmoede is geen diagnose op zichzelf: de belangrijkste vraag is waarom de rode bloedcellen zijn verdwenen.
Een kat met ernstige bloedarmoede hoeft er niet altijd ernstig ziek uit te zien. Vooral wanneer de bloedarmoede langzaam ontstaat, kan het lichaam zich gedeeltelijk aanpassen. Daardoor kan een kat met een heel laag hematocriet soms nog opvallend stabiel zijn.
Bloedarmoede – ook wel anemie genoemd – kan in de basis op drie manieren ontstaan:
- er gaan rode bloedcellen verloren;
- rode bloedcellen worden te snel afgebroken;
- het lichaam maakt onvoldoende nieuwe rode bloedcellen aan.
Het onderscheid tussen deze groepen helpt om gericht naar de onderliggende oorzaak te zoeken.
Wat is bloedarmoede?
Rode bloedcellen bevatten hemoglobine. Dit eiwit bindt zuurstof in de longen en vervoert het vervolgens naar de weefsels.

Bij bloedarmoede zijn er onvoldoende rode bloedcellen en/of onvoldoende hemoglobine aanwezig. Daardoor neemt het zuurstoftransport af.
Bij bloedonderzoek kijken we onder andere naar het hematocriet (HCT of PCV). Dit is het percentage van het bloed dat uit rode bloedcellen bestaat.
De ernst van de klachten wordt echter niet alleen bepaald door hoe laag het hematocriet is.
Een snelle daling kan veel ernstigere klachten veroorzaken dan dezelfde waarde bij een kat waarbij de bloedarmoede geleidelijk over weken of maanden is ontstaan.
Hoe herken je bloedarmoede bij je kat?
De klachten kunnen sterk verschillen.
Mogelijke verschijnselen zijn:
- Bleke slijmvliezen, vooral het tandvlees
- Sloomheid of meer slapen
- Minder spelen of springen
- Zwakte
- Minder eetlust
- Sneller ademen
- Sneller moe worden
- Een snelle hartslag
- Instorten bij ernstige bloedarmoede
Bij versnelde afbraak van rode bloedcellen kan soms ook geelzucht ontstaan. Het tandvlees, de huid of het oogwit krijgt dan een gele kleur.
Let op: bleek tandvlees alleen is niet voldoende om bloedarmoede vast te stellen. Hiervoor is bloedonderzoek nodig.

De drie belangrijkste oorzaken van bloedarmoede

1. Bloedverlies
Bloedverlies kan acuut of chronisch zijn.
Soms is het duidelijk zichtbaar, bijvoorbeeld na een verwonding. Maar een kat kan ook bloed verliezen zonder dat je daar aan de buitenkant iets van ziet.
Mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld:
- Een bloeding in de buik of borstkas
- Trauma
- Een bloedende tumor
- Bloedverlies via maag of darmen
- Een stollingsprobleem
- Ernstige parasitaire infecties
- Bij kittens: een zeer ernstige vlooienbesmetting
Bij langdurig bloedverlies raakt het lichaam niet alleen rode bloedcellen kwijt, maar ook ijzer.
Hierdoor kan uiteindelijk ijzertekort ontstaan en kan de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen eveneens verminderen.
2. Versnelde afbraak van rode bloedcellen
Bij hemolyse worden rode bloedcellen sneller afgebroken dan normaal.
Een mogelijke oorzaak is een immuungemedieerde hemolytische anemie (IMHA).
Bij IMHA richt het afweersysteem zich tegen de eigen rode bloedcellen. Deze worden gemarkeerd en vervolgens versneld uit de bloedsomloop verwijderd.
Soms vinden we geen duidelijke onderliggende oorzaak. In andere gevallen kan IMHA samenhangen met een andere aandoening, zoals:
- hemotrope Mycoplasma;
- FIP;
- andere infecties;
- ontstekingsziekten;
- neoplasie.
Bij katten met FIP kan immuungemedieerde bloedarmoede voorkomen en deze hoeft bij katten niet altijd duidelijk regeneratief te zijn.
3. Onvoldoende aanmaak van nieuwe rode bloedcellen
Nieuwe rode bloedcellen worden gevormd in het beenmerg.
Wanneer er bloedverlies of verhoogde afbraak is, hoort het beenmerg daarop te reageren door extra rode bloedcellen te produceren.
Die reactie beoordelen we onder andere aan de hand van reticulocyten.
Reticulocyten zijn jonge rode bloedcellen die recent vanuit het beenmerg in de bloedbaan zijn gekomen.
- Veel reticulocyten → meestal regeneratieve anemie
- Weinig reticulocyten → meestal niet-regeneratieve anemie
Bij katten kijken we vooral naar de zogenaamde aggregate reticulocyten, omdat deze het beste de recente beenmergrespons weergeven.
Een niet-regeneratieve anemie kan onder andere voorkomen bij:
- chronische nierziekte;
- chronische ontsteking;
- infectieziekten;
- neoplasie;
- ijzertekort;
- bepaalde medicijnen;
- beenmergaandoeningen.
Belangrijk: een zeer recent ontstane bloedarmoede kan aanvankelijk nog niet-regeneratief lijken. Het beenmerg heeft tijd nodig om te reageren.
Bloedarmoede bij chronische nierziekte
De nieren hebben veel meer functies dan alleen het filteren van afvalstoffen.
Ze produceren ook erytropoëtine (EPO). Dit hormoon geeft het beenmerg het signaal om nieuwe rode bloedcellen te maken.
Bij chronische nierziekte kan deze stimulatie afnemen.

Daarnaast spelen vaak nog andere factoren mee, zoals:
- chronische ontsteking;
- veranderingen in de ijzerhuishouding;
- een kortere levensduur van rode bloedcellen;
- soms chronisch bloedverlies.
Daardoor ontstaat bij nierziekte meestal een niet-regeneratieve anemie.
Mogelijke klachten zijn sloomheid, zwakte, minder eetlust en bleke slijmvliezen.
Diagnose: hoe wordt bloedarmoede onderzocht?
Het vaststellen van bloedarmoede zelf is meestal eenvoudig.
Het vinden van de oorzaak is vaak ingewikkelder.
1. Bloedonderzoek
Bij het bloedonderzoek wordt onder andere gekeken naar:
- Hematocriet / PCV
- Hemoglobine
- Aantal rode bloedcellen
- Grootte en eigenschappen van de rode bloedcellen
- Reticulocyten
- Witte bloedcellen
- Bloedplaatjes

2. Bloeduitstrijkje
Een bloeduitstrijkje kan aanvullende informatie geven over de vorm van de rode bloedcellen en mogelijke afwijkingen.
Soms zijn bijvoorbeeld aanwijzingen zichtbaar voor:
- afbraak van rode bloedcellen;
- infectieuze organismen;
- afwijkende bloedcellen;
- problemen met bloedplaatjes.

Bloeduitstrijkje
3. Aanvullend onderzoek
Afhankelijk van de eerste bevindingen kan aanvullend onderzoek nodig zijn.
Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit:
- testen op infectieziekten;
- urineonderzoek;
- echografie;
- röntgenonderzoek;
- stollingsonderzoek;
- onderzoek naar immuungemedieerde afbraak;
- beenmergonderzoek.
Bij verdenking op IMHA kan onder andere gekeken worden naar agglutinatie en kan een directe antiglobulinetest (Coombs-test) worden uitgevoerd.
Er bestaat geen enkele test die op zichzelf alle gevallen van IMHA definitief bevestigt of uitsluit.
Wanneer is beenmergonderzoek nodig?
Beenmergonderzoek is niet bij iedere kat met bloedarmoede nodig.
Het kan worden overwogen wanneer er sprake is van een duidelijke niet-regeneratieve anemie waarvoor geen andere verklaring wordt gevonden, of wanneer meerdere bloedcellijnen afwijkend zijn.
Mogelijke beenmergaandoeningen zijn bijvoorbeeld:
- pure red cell aplasia (PRCA);
- precursor-targeted immuungemedieerde anemie;
- aplastische anemie;
- myelodysplastisch syndroom;
- myelofibrose;
- infiltratie van het beenmerg door tumorcellen.
Dit zijn zeldzamere en vaak complexere oorzaken.
Heeft iedere kat met ernstige bloedarmoede een bloedtransfusie nodig?
Nee.
Er bestaat geen vaste hematocrietwaarde waarbij iedere kat automatisch een bloedtransfusie nodig heeft.
Bij de beslissing kijken dierenartsen onder andere naar:
- Hoe laag het hematocriet is
- Hoe snel de bloedarmoede is ontstaan
- Hoe de kat zich klinisch voelt
- Of er nog actief bloedverlies is
- Of rode bloedcellen nog steeds versneld worden afgebroken
- De onderliggende aandoening
Een kat met langzaam ontstane bloedarmoede kan soms verrassend lage waarden verdragen.
Een kat met acuut bloedverlies kan bij een hogere waarde al ernstig instabiel zijn.
Wat doet een bloedtransfusie?
Een bloedtransfusie behandelt de oorzaak van de bloedarmoede niet.
De kat krijgt tijdelijk extra rode bloedcellen, waardoor het zuurstoftransport verbetert.
Een transfusie geeft vooral tijd om:
- de kat te stabiliseren;
- verder onderzoek te doen;
- de onderliggende oorzaak te behandelen.
Katten hebben verschillende bloedgroepen
Bij katten kunnen bloedtransfusies niet zomaar tussen willekeurige donor- en ontvangerkatten worden uitgevoerd.
De belangrijkste bloedgroepen zijn A, B en AB.
Katten kunnen van nature sterke antistoffen hebben tegen andere bloedgroepen. Een verkeerde combinatie kan daardoor een ernstige transfusiereactie veroorzaken.
Voor een transfusie wordt daarom de bloedgroep bepaald.
Afhankelijk van de situatie kan daarnaast een crossmatch worden uitgevoerd om te controleren of donor- en ontvangerbloed compatibel zijn.
Kunnen katten bloeddonor zijn?
Ja.
Gezonde katten kunnen bloed doneren voor katten die bijvoorbeeld door ernstige bloedarmoede of bloedverlies een transfusie nodig hebben.
Welke katten geschikt zijn als donor hangt af van het donorprogramma.
Er wordt onder andere gekeken naar:
- algemene gezondheid;
- leeftijd;
- gewicht;
- temperament;
- bloedgroep;
- mogelijke infectieziekten.
Behandeling
De behandeling hangt volledig af van de oorzaak.
Mogelijke behandelingen zijn bijvoorbeeld:
Bloedverlies
De bloeding opsporen en zo mogelijk stoppen.
Afhankelijk van de oorzaak kan chirurgie of andere behandeling noodzakelijk zijn.
Infectie
Bij bepaalde infectieuze oorzaken kan gerichte behandeling nodig zijn.
Immuungemedieerde anemie
Bij IMHA kan immuunonderdrukkende behandeling nodig zijn.
Daarnaast wordt gezocht naar en zo mogelijk behandeld voor een onderliggende oorzaak.
Nierziekte
Bij bloedarmoede door chronische nierziekte kan soms behandeling worden ingezet om de productie van nieuwe rode bloedcellen te stimuleren.
Daarnaast moeten eventuele problemen met bijvoorbeeld ijzer, voeding of bijkomende ziekte worden beoordeeld.
Beenmergaandoeningen
De behandeling hangt sterk af van de specifieke diagnose.
Nieuwe behandelmogelijkheden bij niergerelateerde bloedarmoede
Traditioneel kunnen erytropoëse-stimulerende middelen worden gebruikt om het beenmerg te stimuleren.
Een nieuwere ontwikkeling is behandeling via de zogenaamde HIF-route.
Molidustat is een voorbeeld van een HIF-prolylhydroxylaseremmer. Het stimuleert het lichaam om zelf meer erytropoëtine te produceren en beïnvloedt daarnaast de ijzerhuishouding.
Deze behandeling is niet voor iedere kat geschikt en beschikbaarheid verschilt per land.
De behandeling van anemie bij nierziekte moet daarom altijd individueel worden afgestemd.
Controles
Hoe vaak een kat met bloedarmoede gecontroleerd moet worden, hangt sterk af van:
- de ernst van de bloedarmoede;
- de onderliggende oorzaak;
- de behandeling;
- hoe snel het hematocriet verandert;
- de klinische toestand.
Bij ernstige of snel veranderende anemie kunnen controles zeer frequent nodig zijn.
Bij stabiele chronische aandoeningen kunnen de intervallen langer zijn.
Prognose
De prognose hangt niet alleen af van hoe ernstig de bloedarmoede is.
De belangrijkste factor is vaak de onderliggende oorzaak.
Een kat met ernstige bloedarmoede door een behandelbare oorzaak kan een goede prognose hebben, terwijl een mildere anemie door een ernstige onderliggende ziekte een veel minder gunstige prognose kan hebben.
Daarom is het vinden van de oorzaak zo belangrijk.
Wat kun je thuis doen?
- Let op de kleur van het tandvlees.
- Let op veranderingen in activiteit en uithoudingsvermogen.
- Let op sneller of zwaarder ademen.
- Houd eetlust en gewicht in de gaten.
- Geef voorgeschreven medicatie volgens instructie.
- Plan controles volgens het advies van je dierenarts.
Kijk naar veranderingen ten opzichte van wat normaal is voor jouw kat.
Samenvatting
Bloedarmoede is geen diagnose op zichzelf.
De belangrijkste vraag is waar de rode bloedcellen zijn gebleven:
- Zijn ze verloren?
- Worden ze te snel afgebroken?
- Worden er onvoldoende nieuwe aangemaakt?
Bloedonderzoek, en met name de reticulocytenrespons, helpt om deze groepen van elkaar te onderscheiden.
Een bloedtransfusie kan noodzakelijk zijn bij ernstige anemie, maar er bestaat geen vaste bloedwaarde waarbij iedere kat automatisch een transfusie nodig heeft.
De behandeling en prognose worden vooral bepaald door de onderliggende oorzaak.
Wanneer contact opnemen?
Neem dezelfde dag contact op met een dierenarts wanneer je kat:
- opvallend bleek tandvlees heeft;
- duidelijk zwak of suf wordt;
- niet of nauwelijks eet;
- opvallend snel ademt.
Instorten, ernstige benauwdheid, vrijwel witte slijmvliezen of acute ernstige zwakte zijn spoed.
Lees ook
hoge bloeddruk en de senior-check
Blijven de klachten onduidelijk?
Bespreek de klachten altijd eerst met je eigen dierenarts. Bij complexe of aanhoudende klachten kan specialistisch onderzoek nodig zijn.
Bekijk de specialistische zorg
Kleine veranderingen eerder zien
Ontvang direct Pip's Senior Cat Check, twee korte welkomsttips en daarna ongeveer één keer per maand begrijpelijke kattenkennis van Pip en Marieke.
Pip’s Post wordt klaargezet. Inschrijven opent zodra de e-mailverbinding betrouwbaar is getest.
