
In het kort
Een kat die duidelijk meer drinkt dan vroeger, plast meestal ook meer. Dat kan onder andere passen bij nierziekte, hyperthyreoïdie of diabetes, maar ook bij andere aandoeningen of medicatiegebruik. Het belangrijkste thuis is vaak niet één exact millilitergetal, maar een duidelijke verandering ten opzichte van wat normaal is voor jouw kat.
Hoeveel drinken is normaal?
Dat is minder eenvoudig dan het klinkt. Een kat die veel natvoer eet, krijgt al veel vocht via de voeding binnen en kan nauwelijks zichtbaar uit de waterbak drinken. Een kat op droogvoer drinkt meestal meer. Warm weer, activiteit en individuele voorkeur tellen ook mee.
Daarom is de vraag ‘drinkt mijn kat duidelijk meer dan vroeger?’ vaak informatiever dan een losse thuismeting.

Let ook op de kattenbak
Meer drinken gaat vaak samen met meer urineproductie. Soms valt dat eerder op dan het drinken zelf:
- grotere klonten in de kattenbak;
- vaker plassen;
- een bak die opvallend nat is;
- drinken uit kraan, douche of andere nieuwe plekken;
- ’s nachts vaker naar het water gaan.
Veelvoorkomende oorzaken bij katten
Chronische nierziekte
Wanneer de nieren urine minder goed kunnen concentreren, verliest de kat meer water via de urine. Meer drinken en plassen kan daardoor een vroeg signaal zijn. Lees ook: nierproblemen bij oudere katten.
Hyperthyreoïdie
Een overactieve schildklier komt vooral bij oudere katten voor en kan samengaan met gewichtsverlies, een goede of verhoogde eetlust, onrust, braken én meer drinken en plassen. Lees ook: hyperthyreoïdie bij katten.
Diabetes mellitus
Bij diabetes komt glucose in de urine terecht. Die glucose trekt water mee, waardoor katten veel kunnen plassen en vervolgens meer drinken. Lees ook: suikerziekte bij de kat.
Andere oorzaken
Ook bepaalde medicijnen, leverziekte, elektrolytstoornissen en minder voorkomende hormonale aandoeningen kunnen bijdragen. Daarom zijn bloed én urine vaak belangrijk in de eerste beoordeling.
‘Maar ze ziet er verder prima uit’
Dat sluit vroege ziekte niet uit. Vooral bij oudere katten ontstaan veranderingen soms langzaam. De AAFP Senior Care Guidelines benadrukken het belang van trends: gewicht, spiermassa, bloeddruk, urine, bloedwaarden en veranderingen die een eigenaar thuis opmerkt.
Wat onderzoekt de dierenarts?
Afhankelijk van leeftijd en klachten kunnen lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, urineonderzoek en bloeddrukmeting passend zijn. Soms is aanvullende beeldvorming nodig. Urineonderzoek is hierbij geen bijzaak: urineconcentratie, glucose, eiwit en sediment kunnen belangrijke informatie geven.
Moet je water beperken?
Nee. Haal nooit zomaar het water weg om te kijken of je kat minder gaat plassen. Als een kat veel vocht via de urine verliest, heeft ze juist vrije toegang tot water nodig.
Wat kun je thuis doen?
Maak een paar dagen foto’s van de kattenbak of noteer de grootte en het aantal urineklonten. Bij één kat kun je eventueel meten hoeveel water je neerzet, maar houd rekening met morsen, verdamping en vocht uit natvoer. Trends zijn belangrijker dan schijnprecisie.
Tot slot
Meer drinken is geen diagnose, maar wel een signaal dat veel informatie kan geven. Zeker bij een senior kat, gewichtsverlies of verandering in eetlust is het verstandig om niet alleen de waterbak bij te vullen, maar ook uit te zoeken waarom die sneller leeg is.
Medische disclaimer
Deze informatie vervangt geen dierenartsbezoek. Drinkt of plast je kat duidelijk meer, valt ze af of verandert haar gedrag? Laat haar onderzoeken.
Bronnen
- Ray M, Carney HC, Boynton B, et al. 2021 AAFP Feline Senior Care Guidelines. J Feline Med Surg. 2021;23:613–638. PubMed.
- Quimby JM, Elston T, Hawley J, et al. 2021 AAHA/AAFP Feline Life Stage Guidelines.
Kleine veranderingen eerder zien
Ontvang direct Pip's Senior Cat Check, twee korte welkomsttips en daarna ongeveer één keer per maand begrijpelijke kattenkennis van Pip en Marieke.
Pip’s Post wordt klaargezet. Inschrijven opent zodra de e-mailverbinding betrouwbaar is getest.